Start je moestuin vandaag met zaden uit supermarkt groenten

De lente is begonnen! En dat betekent tijd voor de moestuin. In deze vreemde tijd heb je misschien nog niet het juiste ‘lentegevoel’ al te pakken, maar juist dan is het leuk om hiermee bezig te gaan. En ook nog eens leerzaam (niet alleen voor jezelf maar ook voor je kinderen).

Wat heb je nodig?

– Een koelkast vol ingeslagen verse groenten (op dit moment in elk huishouden van Nederland te vinden);
– een beetje potgrond of wat aarde uit de tuin;
– water;
– huishoudfolie.

Wat gaan we doen?

We gaan met de inhoud van de koelkast een moestuin beginnen. In de groenten die we wekelijks eten zitten namelijk prima zaden om nieuwe groenten mee te kweken. Ik zal direct verklappen; dat is geen moeilijke klus maar daardoor niet minder leuk.

Oogsten

Eerst oogsten we zaden uit de groenten/fruit die we hebben gekocht bij de supermarkt; (cherry)tomaten, paprika, pompoen, of meloen. Waarschijnlijk heb je de eerste twee sowieso in huis, en mogelijk kan je bij de volgende keer naar de supermarkt ook pompoen of meloen meenemen. Al deze groenten hebben zaden waar we relatief gemakkelijk nieuwe groenten mee kunnen kweken.

Snij de groenten door en haal de zaden uit de groenten. Meest handige is dit per groente soort te doen; eerst de tomaat, dan de paprika, enzovoort, anders heb je zo meteen plantjes waarvan je niet weet wat voor een vruchten ze gaan geven. Over het algemeen kan je de zaden het beste uit de vrucht halen met je handen.

Spoel de zaden af en dep ze droog met een theedoek of keukenpapiertje.

Vaak lees je als volgende stap dat de zaden nu een ‘winter’ moeten ervaren door ze verder te drogen en in de koelkast te leggen. Dit is niet nodig. Waarschijnlijk zullen zonder deze stap iets minder zaden uitgroeien tot volledige planten maar als je bedenkt dat elk zaadje dat je in de grond stopt een volledige plant wordt met een heleboel tomaatjes, paprika’s, pompoenen en meloenen, heb je aan het eind van de zomer eten voor een weeshuis en maakt het dus niet zoveel uit dat er iets minder zaadjes daadwerkelijk gaan groeien.

Zaaien

Dat brengt ons tot het volgende punt en dat is; zaai de zaden. Gebruik hiervoor het beste wat je voor handen hebt: heb je een vensterbankkasje in de schuur staan? Top! Heb je een plastic bakje in de kast (broodtrommel die niet wordt gebruikt) en wat huishoudfolie, ook top. Is de het margarine kuipje bijna leeg… ook dat wordt een prima kasje met een stukje huishoudfolie er over. En voor de grond waar je de zaden in plant geldt het zelfde, is er een zak zaai-/stekgrond aanwezig gebruik het vooral, maar heb je alleen een zak met potgrond of aarde uit de tuin dan gaat dat ook werken. Voor oude potgrond en aarde uit de tuin is het handig om dit de dag ervoor in huis te zetten bij de verwarming zodat het iets droger en luchtiger kan worden. Hierdoor heeft het straks niet een te dichte structuur voor de nieuwe worteltjes van de geplante zaden.

Zo zaai je de zaden:

– Vul je kasje met een laag aarde van 3 a 4 cm (hou een beetje aarde over waar je de zaden mee kan bedekken);
– druk de aarde ligt aan;
– maak met je vingertop kleine kuiltjes waar het zaad in kan worden gezaaid;
– zaai de zaden, liefst met max. 2 á 3 zaden in één kuiltje;
– dek de zaden af met de overige aarde, zorg dat dit laagje zo dun is dat je de zaden net niet meer kunt zien, anders is de laag te dik om doorheen te groeien;
– geef de zaden water (liefst met een plantenspuit, ander voorzichtig met de gieter niet op de zaden gieten, maar langs de kanten van het bakje);
– dek je kasje af met een stuk huishoudfolie en prik hier een paar gaatjes in.

Door het huishoudfolie blijft de warmte mooi in het bakje, kan er wel licht bij de zaden/plantjes komen en zal het vocht dat verdampt niet verdwijnen maar in het bakje blijven waardoor de aarde niet snel uitdroogt.

En dan is het wachten geblazen, maar minder lang dan je denkt. Met een paar dagen kunnen de eerste zaden al kiemen.

Een aantal belangrijke zaken om rekening mee te houden:

– Plant niet te veel zaden op een te kleine oppervlakte, in een margarine kuipje +/- 4 kuiltjes;
– kamertemperatuur is prima om de zaden te laten kiemen en plantjes te laten groeien, zet ze alleen niet kouder (warmer mag, denk maar aan de zomer!);
– kijk uit met direct zonlicht, achter glas kan dit snel tot te hoge temperaturen oplopen;
– zodra er plantjes zichtbaar zijn hebben die zuurstof nodig om te groeien (vandaar de gaatjes in de folie) zorg dat dit voldoende is voor de plantjes, je kan er natuurlijk ook voor kiezen om het folie van het bakje af te halen, hiervoor moeten de plantjes wel stevig genoeg zijn (een paar centimeter groot);
– het is handig om te weten welke zaden in welk bakje zitten, plak een stukje papier op het bakje met het soort erop geschreven, zo kan je je niet vergissen;
– kijk uit voor schimmel! Probeer zoveel mogelijk de schimmel uit je bakje te halen (ook als het al aan een plantje zit) anders heb je heel snel overal in het bakje schimmel zitten.

En verder

Nu de zaden zijn geplant kan je je verdiepen in hoe de groei van de toekomstige moestuinplanten het best kan worden ondersteund. En wanneer ze precies kunnen worden uitgeplant in de volle grond of plantenbak/moestuinbak in de tuin. Dat ligt net aan welke groente je hebt gepland en hiervoor kan je bijvoorbeeld kijken op de site Moestuinweetjes.com.

Ook kan je het planten en laten groeien van andere groenten en fruit soorten uitproberen. Heb je wel eens een aardappel geplant of geprobeerd een avocado boom te laten groeien? De mogelijkheden zijn eindeloos.

Heel veel plezier ermee!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *